Skip to main content

Weeën

We onderscheiden verschillende 'soorten" weeëen.

Voorweeën
Deze kunnen  vanaf een week of 24 tot en met de laatste weken voorkomen.
Deze voorweeën zijn een natuurlijke voorbereiding op de bevalling.
Een voorwee voelt aan als een harde buik, alsof er een voetbal of zware kei in je buik zit, of als een samentrekkend krampgevoel.
Voorweeën ontstaan bijv. doordat de baby flink beweegt  of zich omdraait in je buik, als je een volle blaas hebt die in de weg zit, als de baby een groeispurt maakt waardoor de baarmoeder extra snel moet meerekken bij snel lopen, plotseling bukken of bij opstaan en tillen.
Verder kan het zijn dat de baarmoeder bij lichamelijke of psychische druk door middel van een voorwee van zich laat horen. Dit is vaak een sein om het iets rustiger aan te doen.
Bij voorweeën kan het ontspannend werken om een douche of warm bad te nemen.
Even rustig gaan liggen (evt met een warme kruik tegen de buik) biedt ook vaak uitkomst.
Zolang de harde buik of voorwee eerder een heel vervelend dan een pijnlijk gevoel geeft is er niets aan de hand en hoort het er gewoon bij.

Indalingsweeën
Deze kunnen in sommige gevallen al rond de 30 weken voorkomen, maar vaker zie je ze vanaf 34/35 weken optreden.
De baby is bezig met de indaling in je bekken en dat  gaat soms gepaard met extra harde buiken en eventuele trekpijn in de onderbuik. Soms geeft dat het idee dat de bevalling op gang komt.
Je merkt  dat het nog niet  begonnen is, doordat de indalingsweeën niet sterker worden, maar weer ophouden.

Oefenweeën
In de laatste weken van de zwangerschap kan het voorkomen dat de samentrekkingen van de baarmoeder al langer aanhouden en pijnlijker worden. Ook hierbij kan je gaan twijfelen of het al begonnen is. Bij oefen -en voorweeën trekt de baarmoeder nog niet in haar geheel samen en duren de samentrekkingen nog niet zo lang als bij ontsluitingsweeën.
De pauzes zijn ook nog  lang en onregelmatig.
Meestal wordt het ook in de loop van de tijd steeds minder en de oefenweeën verdwijnen uiteindelijk weer.

Ontsluitingsweeën
Deze regel gaat eigenlijk altijd op: zolang je nog twijfelt of het een "echte" wee is, is het géén ontsluitingswee en is het eerder een voor- of een oefenwee waarbij de baarmoeder nog niet in zijn geheel samentrekt.
Een echte ontsluitingswee komt met een zekere regelmaat van minimaal 5 of 6 minuten. Zitten er nog langere pauzes tussen, dan kunnen de weeën ook nog weer ophouden.
De ontsluitingswee is behoorlijk pijnlijk en deze pijn voel je  in je onderbuik, rug, bovenbenen of in een combinatie hiervan.
Een flinke ontsluitingswee kan driekwart tot 1 minuut of soms nog langer aanhouden. En meestal geldt, hoe sterker en langer  de wee, hoe meer er gebeurt op het gebied van de ontsluiting.
In de tweede helft van de bevalling heb je regelmatige ontsluitingsweeën elke 2 tot 3 minuten die ieder een minuut aanhouden.

Persweeën
Wanneer de ontsluiting een heel eind gevorderd is, gaat het hoofdje van de baby verder zakken in je bekken. Het hoofdje drukt dan van binnen op je endeldarm, wat het gevoel kan geven dat je ontlasting moet hebben. Dit is het begin van de periode van de persweeën. Deze weeën zijn nog krachtiger dan de ontsluitingsweeen. Tijdens de wee heb je het gevoel dat je deze niet meer weg kunt zuchten, je buikspieren spannen als in een reflex samen en je hebt het gevoel dat je niet anders kunt dan meepersen.
Als je deze persweeën krijgt heb je vaak rond de 8/9 cm ontsluiting of misschien al wel volledige ontsluiting (=10 cm).
Deze krachtige weeën heb je nodig om je kind door het geboortekanaal naar buiten te kunnen persen.

Naweeën
Direct na de geboorte van de baby en de placenta trekt de baarmoeder flink samen om de wond die de net losgelaten placenta veroorzaakt heeft in de baarmoederwand, goed dicht te drukken.
Zo wordt de hoeveelheid bloedverlies beperkt. Dit samentrekken wordt door vrouwen als niet of nauwelijks voelbaar tot behoorlijk pijnlijk ervaren worden.
De baarmoeder vormt een harde, kleine bal in je buik. Door dit samentrekken krimpt de baarmoeder in snel tempo.
De contracties die je dus na de bevalling en vaak ook tijdens het geven van borstvoeding kunt ervaren noemen naweeën.