Skip to main content

Zwangerschapsverlof

Een zwangere werkneemster heeft recht op minstens zestien weken zwangerschaps- en bevallingsverlof. Hoe lang de verlofperiode duurt, is afhankelijk van de datum waarop haar baby wordt geboren.

Recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof
Een vrouw heeft recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof als ze werkneemster is en zwanger. Ze is werkneemster als ze een arbeidsovereenkomst heeft. Meer informatie hierover is te vinden onder Arbeidsovereenkomst en cao.

Werkloosheid en uitkering
Een zwangere vrouw met een WW-uitkering, Ziektewetuitkering of een arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof. Zij vraagt deze aan bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).
Als een zwangere vrouw zelf ontslag neemt, heeft zij soms recht op dit verlof. Zij moet dan binnen tien weken nadat ze ontslag heeft genomen uitgerekend zijn of binnen tien weken bevallen. Ze heeft recht op zestien weken zwangerschapsverlof en bevallingsverlof.

Zelfstandigen
Vrouwelijke zelfstandigen hebben met ingang van 4 juni 2008 een wettelijk recht op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering van minimaal zestien weken. De uitkering in de zogeheten Zelfstandig en Zwanger-regeling (ZEZ-regeling) bedraagt maximaal het wettelijk minimumloon. Meer informatie over deze uitkering is te vinden onder Zelfstandigen Zonder Personeel.

Duur en aanvragen van het zwangerschaps- en bevallingsverlof
Het zwangerschaps- en bevallingsverlof bestaat uit twee perioden:
Het zwangerschapsverlof duurt 6 weken. Dit verlof kan ook nog doorlopen na de bevalling.
Het bevallingsverlof duurt 10 weken. Als het kind later wordt geboren dan verwacht, kan deze periode langer duren.
De werkneemster kan het zwangerschaps- en bevallingsverlof niet in gedeelten opnemen.
Aanvragen van het verlof
De zwangere werkneemster vraagt het zwangerschaps- en bevallingsverlof aan bij de werkgever. Dat moet minimaal drie weken voor de gewenste ingangsdatum van het verlof gebeuren. Bij de aanvraag is een verklaring van de arts of verloskundige nodig waarin de vermoedelijke bevallingsdatum staat. Werkgevers mogen het verlof niet weigeren.

Ingangsdatum verlof
De datum waarop het zwangerschapsverlof ingaat, is afhankelijk van de datum waarop de werkneemster denkt te bevallen.
Daarbij geldt:
De zwangere werkneemster kan vanaf 6 weken voor de dag na de vermoedelijke bevallingsdatum verlof opnemen.
Zij moet in ieder geval 4 weken voor de dag na de vermoedelijke bevallingsdatum verlof opnemen.
Het verlof duurt zes weken. Als de werkneemster deze niet volledig op kan nemen voordat het kind wordt geboren, wordt de overgebleven tijd opgeteld bij het bevallingsverlof.

Bevallingsverlof
Een werkneemster heeft recht op tien weken bevallingsverlof. Dit verlof gaat in op het moment dat het kind is geboren.

Te vroeg of te laat geboren
Als het kind later wordt geboren dan verwacht, heeft dit invloed op de duur van het verlof. Wanneer het kind te vroeg wordt geboren blijft de duur van het verlof minimaal 16 weken.
Een paar voorbeelden:
De baby wordt te vroeg geboren. De werkneemster is 6 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum gestopt met werken. Haar baby wordt een week te vroeg geboren. Zij heeft dan 5 weken zwangerschapsverlof en 11 weken bevallingsverlof. In totaal heeft zij dus 16 weken verlof.
De baby wordt te laat geboren. De werkneemster is 6 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum gestopt met werken. Haar baby is 2 weken na deze vermoedelijke datum geboren. Zij heeft dan recht op 8 weken verlof voor de bevalling en 10 weken erna. In totaal heeft zij dus 18 weken verlof.

Eerder aan de slag
Een vrouw die net een kind heeft gekregen, kan weer aan de slag gaan voordat het bevallingsverlof is afgelopen. Dat mag op zijn vroegst pas na 42 dagen na de bevalling.

Loon en vakantie en ziekte
De werkneemster ontvangt gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof een uitkering ter hoogte van 100% van haar salaris. Doorgaans betaalt de uitvoeringsinstelling de uitkering aan de werkgever, zodat deze het loon kan doorbetalen. Er geldt wel een maximum dagloon.
Vakantie
Een werkneemster bouwt tijdens haar verlof gewoon vakantiedagen op. Een werkgever mag haar niet vragen het verlof te compenseren met vakantiedagen.
In de wet is er niets geregeld over het samenvallen van zwangerschaps- en bevallingsverlof met een binnen een sector of bedrijf vastgestelde collectieve vakantie (zoals in de bouw of het onderwijs).

Ziekte
De hoogte van de ziektewetuitkering van een zwangere vrouw is afhankelijk van het moment dat zij ziek wordt. Ook is het van invloed of de ziekte door de zwangerschap wordt veroorzaakt of niet.
Als een zwangere werkneemster ziek wordt voordat haar verlof ingaat, heeft zij recht op doorbetaling van minstens 70 % van haar loon. Dit geldt echter alleen als de ziekte niet veroorzaakt wordt door de zwangerschap.
Wanneer een werkneemster vóór of na haar zwangerschaps- en bevallingsverlof ziek wordt door haar zwangerschap, heeft zij recht op een ziektewetuitkering ter hoogte van haar dagloon. Ze ontvangt dan maximaal het maximumdagloon.
Wordt een werknemer ziek in de periode tussen 6 en 4 weken vóór de dag na de vermoedelijke bevallingsdatum, en is het verlof nog niet begonnen? Dan tellen de ziektedagen mee als zwangerschapsverlof. Het verlof is in dat geval eerder afgelopen dan men had gepland. Het maakt hierbij niet uit of de ziekte te maken heeft met de zwangerschap of een andere oorzaak heeft.

Ontslag, contractverlenging en sollicitatie
Een zwangere werkneemster kan niet ontslagen worden als ze zwanger is. Ook tijdens het verlof en de eerste 6 weken na het bevallingsverlof mag ze niet worden ontslagen. Alleen in speciale gevallen is ontslag mogelijk.
Sollicitatie, proeftijd en verlengen contract
Daarnaast mag zwangerschap nooit een reden zijn om:
  *een kandidaat af te wijzen tijdens een sollicitatie.
   Zij hoeft in een sollicitatiegesprek niet te zeggen dat ze zwanger is;
  *een werkneemster te ontslaan tijdens haar proeftijd;
  *het contract van een werkneemster niet te verlengen.

Bron: www.rijksoverheid.nl